Home

Kennismaking

Memoires

Bijbelstudies

Schriftoverdenkingen voor de jeugd

Div. artikelen

Links

Contact

DE WITTE OF ZWARTE KEURSTEEN
 
De vraag werd gesteld: wat er bedoeld wordt met die witte keursteen, waarvan gesproken wordt in de Openbaring van Johannes, hoofdstuk 2: 17.
Jonge vriend, het is van belang te weten dat de Heere hier het beeld gebruikt van de gewoonte die vroeger voorkwam in de rechtspraak. Indien iemand beschuldigd werd van een misdaad en hij werd vrijgesproken van straf door de rechter, dan legde en zo iemand een witte keursteen in de hand. Ten teken dat hij vrijuit ging en weer in de gemeenschap kon worden opgenomen. Hij mocht de rechtszaal weer verlaten als een vrij man. Maar indien hij echter veroordeeld werd, werd hem een zwarte keursteen in de handen gelegd. De één ontvangt het leven en de ander de dood. De witte keursteen zag dus op het leven en de zwarte op de dood. Van belang is de vraag te stellen: Welke keurs teen je hebt. Ik wil hier wat dieper op in gaan. Wij staan allen als doodschuldige tegenover onze hemelse Rechter. Want vanaf het ogenblik dat wij in het Paradijs de satan zijn toegevallen is er niemand meer die rechtvaardig is. Er is hier geen onderscheid, allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods. Het is een verschrikkelijk getuigenis wat de Heere geeft van de mens. De mens die éénmaal uit Gods handen is voortgekomen als een witte keursteen. Geschapen in ware kennis, gerechtigheid en heiligheid. We zijn onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Huiveringwekkend diep is de mens gevallen. En de Heilige God handhaaft Zijn eis tegenover de mens. Vervloekt is een ieder die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet om dat te doen.
Verdiend hebben wij allen de zwarte keursteen. Echter hoe weinig zijn er die dit van harte erkennen. De mens kent van nature God niet in de eeuwige orde des rechts. Hij is blind voor de eis des Heeren. Blind ook voor zijn zonden en ellende. Een mens mag toegeven dat het niet alles is in zijn leven zoals God dit eist, maar toch blijft hij overeind met zichzelf. Want er is zoveel waarop hij hopen mag. Gedoopt, kerkelijk meelevend, belijdenis gedaan en nog zoveel meer.
Hoe wordt dit toch anders als hij door de Heilige Geest bekend gemaakt wordt met het recht Gods. Wat wordt het dan duister voor de ziel, als ervaren wordt dat het oog des Heeren blikt tot in de binnenste kamer van het hart. Er blijft niets over om te hopen, geen grond meer om op te staan en geen kleed meer om ons te bedekken. Door alle gronden en grondjes buiten Christus zakken we heen. En de noodkreet in het hart geboren: Zo Gij Heere de ongerechtigheden gadeslaat, wie zal bestaan? Daar staan we daar voor God de Rechter met de zwarte keursteen in onze handen. Met de hartelijke belijdenis: Heere, die zwarte keursteen heb ik verdiend. En toch, als straks de Zoon des mensen in de dag des oordeels de vierschaar zal spannen, zullen er zijn die uit Zijn hand de witte keursteen ontvangen. Hoe is dat nu mogelijk? Omdat voor hen de zwarte keursteen gelegd werd in de handen van de Borg. Het oordeel wat Hem trof is de grond van hun eeuwige vrijspraak. Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld, de straf die ons de vrede aanbrengt was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. Ik zal hem geven de witte keursteen. De Heere Zelf overhandigt hem aan hen die door Hem worden vrijgesproken. Hij spreekt vrij wie Hij wil en veroordeelt wie Hij wil. Het is alles vrijmachtig werk des Heeren. Wat zal dat zalig zijn, als de verloste zondaar voor aller oog als een gerechtvaardigde vrijuit zal gaan van de Rechterstoel des Heeren.
Jonge vrienden, dat wil niet zeggen, dat Gods volk dan pas voor het eerst van hun vrijspraak horen en dat het hier op aarde steeds blijft een ronddobberen op het water van de onzekerheid. De Koning, uit Wiens handen zij op de oordeelsdag de witte keursteen ontvangen is hun geen onbekende. Hij was het immers, Die Zich tevoren om hunnentwil voor Gods gericht gesteld en al de vloek en toorn Gods van hen had weggenomen. Hij was het, Die hen, toen zij op duizend vragen van Godswege geen ander antwoord hadden, dan ik heb de hel verdiend, wees op Zijn doorboorde handen en voeten. Hij was het, die in het dodelijkste tijdsgewricht de ziel heeft willen redden en de tranen willen drogen. De Heere verklaarde en paste het volbrachte werk van Christus toe aan het hart, door de Heilige Geest, die in ons geweten deze keursteen des Vaders overbrengt, en getuigt dat wij om Christus' wil door het geloof in Gods oordeel vrijgesproken zijn van alle zonden en straffen.
Ja, als de Heilige Geest werkt, dan werkt Hij zekerheden en geen onzekerheden. Dan mag er, door genade, geroemd worden in die vrije gunst. Onderzoeken we onszelf: Bezit ik de witte keursteen of de zwarte?