Home

Kennismaking

Memoires

Bijbelstudies

Schriftoverdenkingen voor de jeugd

Div. artikelen

Links

Contact

Moorman (leest Woord)
 
We lezen in Handelingen 8 : 30: En Filippus liep toe, en hoorde hem den profeet Jesaja lezen, en zeide: Verstaat gij ook hetgeen gij leest?
Het was een heerlijk gedeelte uit Gods Woord, dat  de kamerling van Candacé op zijn weg las. Hardop, dat was de gewoonte in de oude oosterse landen.. Hij schaamt zich niet voor al die heidenen die met hem reizen. Hij leest de troostwoorden uit Jesaja 53. Ze hebben hem veel te zeggen. De Wet sluit hem uit, omdat hij een gesnedene is. Het Evangelie bij Jesaja zegt dat er voor hem nog hoop is. Er staat immers: En de vreemde die zich tot den Heere gevoegd heeft spreke niet, zeggende: De Heere heeft mij gans en al van Zijn volk gescheiden, en de gesnedene zegge niet: Zie ik ben een dorre boom.
Van deze Verlosser leest hij in de boekrol. Voor Gods volk is het tot troost geweest in hun benauwdheden. Toen zij als een verloren zondaar voor God in het stof terecht kwamen. De Wet vloekte en de hel sperde haar kaken open. En dan komt het Woord lichtend en stralend in de ziel: Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt was op Hem en door Zijn striemen is ons genezing geworden.
Maar dit licht straalde nog niet in de ogen van de kamerling. Hij was nog geblinddoekt. Vele schatten heeft hij in zijn leven bewonderd. Tot de schat des Woords heeft hij nog geen toegang. Die wordt alleen geschonken door de sleutel des Heiligen Geestes. Hij weet niet wat hij denken moet van alles wat hij leest. Wie is Hij over wie hij leest? Voor wie is het bestemd? Hij tast als een blinde in het duister rond en toont hiermee, dat u op reis naar Sion aan het Woord alleen niet genoeg hebt. Jonge vrienden, dat betekent: We mogen de Heere Jezus niet opsluiten in de Bijbel. We leven in tijden die op geestelijk gebied zo dor en doods zijn. De jeugd wordt niet jaloers gemaakt om er lust in te krijgen de Heere te dienen en te vrezen. Velen zitten onder een prediking die puur remonstrants is. Zij zeggen: Geloof maar, geloof maar. Er behoeft niets meer met de mens te gebeuren, alles is reeds in Christus gebeurd en doorstaan. Neem dit nu maar aan en alles zal goed komen. Het is een vervloekte leer die de zielen bedriegt voor de eeuwigheid. Met een klaargemaakt geloof, enkel verstandswerk komen we voor eeuwig om.
De kamerling reisde nu zijn weg in gezelschap van Gods Woord. De moorman draagt een schoon reisgewaad. Het kleed van de nederigheid. Die ootmoed blijkt als hij wordt opgeschrikt door de vraag, die een vreemdeling aan hem stelt: Verstaat gij ook hetgeen. gij leest? Wij zouden het niet aangenaam gevonden hebben, als men zich ongevraagd met onze zaken ging bemoeien. De kamerling ergerde zich er niet aan, dat een eenvoudige man hem die vraag stelde. Hij wist, dat hij niets was voor het heilige Aangezicht des Heeren. Wie geeft hem dan het recht Filippus uit de hoogte te behandelen? Die ootmoed blijkt ook uit zijn antwoord: Hoe zou ik toch kunnen, indien mij niemand onderricht?
Hij belijdt zijn onkunde en dwaasheid in Gods Woord. Neen, deze man was niet zo hoogmoedig als zovelen vandaag. Mensen die het altijd beter weten. Studenten die het beter weten als de professor. Mensen die op iedere preek wel kritiek kunnen spuien en dat soms ook doen. Ze weten het altijd beter dan zij die de Heere geroepen heeft om het Woord te bedienen. Als genade in het hart valt, werkt het uit: Heere, wat ben ik een dwaas en dom mens. Ik weet het niet meer. Wat moet er gebeuren? Wel, de Heere Zelf moet er in over komen. Hij zal Zijn Woord moeten toepassen aan de ziel. Door het werk van de Heilige Geest.
Als de toepassing bij God vandaan ontbreekt, zijn we gelijk aan een opgeblazen luchtballon. Je prikt erin en hij loopt leeg. Zo zal het wel met de meeste aflopen in het uur van de dood. We willen jullie hiervoor waarschuwen, want ingebeelde kennis is geen geheiligde kennis. De Heere zegt: Wees met ootmoedigheid bekleed, want God wederstaat de hovaardige, maar de nederige geeft Hij genade. Jonge vrienden, zijn er van jullie die dat kleed van de ootmoed dragen? Allen die naar Sion reizen kennen en bezitten dit gewaad, dat hun uit genade is geschonken.
Wat is ootmoed? Wanneer Gods volk mag klagen over hun zware schuld. Zij zijn ootmoedig als zij hun dwaasheid voor het heilig oog des Heeren belijden onder tranen. Zij zijn ootmoedig als zij smeken om genade alleen. De Heere zal Zijn Woord waarmaken: De Heere is goed en recht, daarom zal Hij de zondaars onderwijzen in de weg. Hij zal de zachtmoedige leiden in het recht, en Hij zal de zachtmoedige Zijn weg leren. Die weg is Christus, Die het zegt: Niemand komt tot de Vader dan door Mij.