Home

Kennismaking

Memoires

Bijbelstudies

Schriftoverdenkingen voor de jeugd

Div. artikelen

Links

Contact

De oudste zoon (4)
 
We willen luisteren naar de woorden die de vader sprak tegen de oudste zoon uit de bekende gelijkenis van Lukas 15: 31: En hij zeide tot hem: Kind, gij zijt altijd bij mij, en al het mijne is het uwe.
Het woord "kind" stemt tot nadenken. Het is een aanspraak vol van liefde. De vader tracht de snaar van het kindergevoel te raken. Kind! Hoe is dat mogelijk na alles wat gepasseerd is. Ondanks zijn verkeerdheid en eigengerechtigheid spreekt de vader hem aan met "kind". De Heere Jezus noemt hier de FarizeeŽn ook: kinderen. De Heere had immers het volk van IsraŽl als Zijn volk verkoren en aangenomen. De besnijdenis was het bewijs dat het recht der aanneming ook de kinderen uit IsraŽl algemeen was. Tot IsraŽl kwam de belofte: Ik zal Uw God zijn en de God van uw zaad. Jezus, zei tot de Kananeesche vrouw: Het is niet betamelijk het brood der kinderen te nemen en de hondekens voor te werpen. Hier noemt hij de IsraŽlieten ook Zijn kinderen. Maar het was niet al IsraŽl wat IsraŽl genaamd werd. Het waren niet allen kinderen waar de vreze Gods in werd gevonden. Jakob was dun geworden, ook onder de kinderen IsraŽls. De Heere vergaderde uit de kinderen IsraŽl Zijn ware kinderen naar Zijn vrijmachtig welbehagen. Maar het was een zware schuld als men na een leven onder de beloften des Verbonds in zijn zonde stierf.       
Trekt de lijn maar door naar onszelf. We leven op het erf van de kerk, en dragen het doopteken mee aan ons voorhoofd. Maar het dragen van de kindernaam is niet genoeg. Vele kinderen van het Koninkrijk zullen buiten geworpen worden! Wat zijn ware kinderen? Alleen zij die naar Zijn vrijmachtige verkiezing geroepen, Zijn Woord en belofte leren verstaan, en herboren worden door Zijn Geest, tot Zijn dienst.
Velen die behoren tot de gemeente, dragend de kindernaam, missen een kinderhart, missen wat onmisbaar is: wedergeboorte, geloof en bekering. Want zonder dat geen deel aan het heil, geen leven. Ligt alles in de geestelijke dood. Het is een groot kwaad om zich te verharden onder de Evangelienodiging, onder de beloften van het verbond. Ja, onder Gods lankmoedigheid die roept: Kind, opent uw mond, eist van Mij vrijmoedig, op Mijn trouw
Verbond. Al, wat u ontbreekt, schenk Ik zo gij 't smeekt, mild en overvloedig. Ja, Hij wil nog schenken de vernieuwing van het hart. Jonge vrienden, leg je verloren zaak voor Hem neer en leer Hem nog met hartelijke zuchten en smeken om Zijn genade aanroepen. Van de oudste zoon lezen we: Hij wilde niet ingaan. Wie verloren gaat gaat verloren als een onwillige, met het teken des Verbonds op het voorhoofd. In eigengerechtigheid en verwerping van de genade van onze Heere Jezus Christus, van de liefde des Vaders en de gemeenschap des Heiligen Geestes. Hoor hem nog spreken: Kind, al het Mijne is het uwe. Hoor, hoe de Heere nog roept te breken met je eigengerechtigheid en wereldgelijkvormigheid en liefdeloosheid. Om gewassen te worden in het bloed van Christus. Om uw oude natuur te doden en in een nieuw Godzalig leven te gaan leven. Wat doen we met Gods nodiging? Wat deed de oudste zoon? Zonder genade blijft de mens dezelfde. Genade had de oudste zoon geleerd, hoe verkeerd hij was geweest. Wanneer hij tot zichzelf was gekomen en zijn liefdeloosheid als schuld leren belijden en evenals zijn broer een verloren zoon was geworden. Had hij uitgeroepen: Vader, gij noemt mij kind, maar ik was het niet en wilde het niet. Vader, ik heb Uw liefde veracht en Uw recht op mijn hart niet gezien. Vader, ik ben niet meer waardig Uw zoon genaamd te worden. Ik heb verdiend om Uw liefdesgemeenschap te missen. Vader vergeeft!
Wanneer zijn hart was vertederd en klein geworden, wanneer hij de vader had gezocht in Zijn eigen Vaderliefde, dan had hij hem gevonden en had hij mogen delen in diezelfde ontfermende liefde. Dan was ook zijn schuld afgekust en had hij ontvangen uit de volheid van 's vaders schatten. Dan had de vader ook over hem zich verblijd: Deze mijn zoon was dood en is weder levend geworden! Ook deze zoon was verloren en is gevonden! Maar helaas, daar deelde deze oudste zoon niet in. En velen delen in zijn lot. Vreselijk om als een onbekeerde FarizeeŽr te moeten vallen in de handen van een levende God. Dat is de ontdekkende les uit de gelijkenis van de oudste zoon. Gods Geest mocht deze les heiligen aan ons aller hart op weg en reis naar de alles beslissende eeuwigheid. Moge de spiegel jullie voorgehouden zijn tot ware ontdekking. Want de weg tot het ware kind schap is de doorleving van de breuk met God, is de weg van wedergeboorte en bekering, van zaligmakend geloof in Christus Jezus!
Wie geen kinderhart heeft, kan de Vader niet liefhebben.