Home

Kennismaking

Memoires

Bijbelstudies

Schriftoverdenkingen voor de jeugd

Div. artikelen

Links

Contact

Manasse een afgodendienaar 1
 
We lezen in 2 Kronieken 33: 1: Manasse was twaalf jaar oud als hij koning werd. Hij was nog maar een kind toen hij zijn vader opvolgde en de troon beklom. Wie was deze Manasse over wiens leven we willen gaan mediteren? Hij was de zoon van de godvrezende koning Hiskia. Manasse was het afgebeden kind van deze godvruchtige koning. Toen Hiskia ernstig ziek was verlengde de Heere zijn leven met vijftien jaar, en drie jaar later werd Manasse geboren. Het had geschenen dat de troon van David na Hiskia geen opvolger meer zou hebben, want Hiskia had nog geen zoon. Gods belofte aan David gegeven, dreigde dus haar vervulling te zullen missen, de belofte dat uit het zaad van David de Heere Jezus geboren zou worden. Maar de Heere is getrouw. Op zijn zoon Manasse was nu al de hoop van Hiskia gebouwd. Er was grote blijdschap in het paleis toen de kleine geboren werd. Een opvolger voor de koninklijke troon! Vandaar dat zijn vader hem de mooie naam gaf, Manasse, dat betekent: God doet vergeten. De droefheid van Hiskia werd veranderd in blijdschap. Na de dood van zijn vader beklom hij de troon. Maar al spoedig bleek dat zijn naam een tegenstelling bevatte. Want hij ging God vergeten. Een verbondskind die ten achtste dagen werd besneden en door zijn vader twaalf jaar lang vroom werd opgevoed. Hij ging zich uitleven in de zonde op een beestachtige wijze. Het jonge koningshart stond open voor gewetenloze stemmen van belangrijke ministers. Hij verviel in een dweepzieke ijver voor de afgoden en gaf ruimte aan een afgodische partij die zich onder het bewind van zijn vader niet konden openbaren. Hij werd een afgodendienaar. Waar bestond dat dan uit? We lezen in vers twee: En hij deed dat kwaad was in de ogen des Heeren naar de gruwelen der heidenen, die de Heere voor het aangezicht der kinderen IsraŽls uit de bezitting verdreven had. Wat waren de gruweldaden die hij deed? Zijn vader had geijverd voor de Heere, maar hij brak het werk van zijn vrome vader af, en hij bouwde hoogten voor de afgoden. Hij boog zich neer voor de sterren aan de hemel en hij diende ze. Wist hij dan niet dat dit dode afgoden waren en alleen de God van zijn vader oren had om te horen? Hoe diep zonk Manasse. Hij had geen eerbied meer voor wat zijn vrome vader had gesticht. Het aanbad de sterrenbeelden. Hij geloofde in de horoscoop die hem de toekomst kon voorspellen en zijn levensloop kon opmaken naar aanleiding van het tijdstip van zijn geboorte. Een heidens werk.
Hoevelen lijken vandaag niet op Manasse? Jongeren en ouderen die zich zelf ontsieren met armbanden en halskettingen met afbeeldingen uit de horoscoop en daarmee eer bewijzen aan de afgoderij die bedreven wordt met de sterrenbeelden. Ook al bedoelt men dat beslist niet dan is het toch beter het niet te dragen. Sterrenbeelden worden uitgebeeld in de vorm van dieren, zoals de ram, de steenbok, de raaf, de draak, de leeuw, de vissen, de schorpioen, de slang, de stier enz.
Manasse vind dit alles niet erg en ziet er ook geen kwaad in. Maar daarvoor heeft hij wel de leer van zijn vader verworpen, ja, de God van Hiskia verworpen. En dat is natuurlijk een ontzaglijke zaak. In een kerkdienst heb ik onlangs de jongeren opgeroepen getrouw te zijn aan hun roeping als christen zijnde. Opgeroepen niet meer Gods huis te verontreinigen door met sterrenbeelden omhangen kettingen naar de catechisatie en eredienst te komen.
Opgeroepen zich te reinigen van al deze vormen van afgoderij en zich te bekeren tot de Heere.
Manasse was een afwijker van de dienst des Heeren en boog zich neer voor de sterren des hemels en schonk er geloof aan. Maar daar rustte wel Gods toorn op. Een leven tegen Gods Woord in geeft altijd een donker leven. Van het ene kwaad valt men in het andere kwaad, zo zien we dat ook bij deze jonge koning. De voorhoven des Heeren moesten zelfs plaats inruimen voor zijn afgodische altaren. Jeruzalem, waarvan God Zelf gezegd had: Hier zal Mijn Naam zijn tot in eeuwigheid, werd een bakermat van ongerechtigheid. Zelfs in de tempel liet hij de Bašlsbeelden plaatsen. Nergens gunde hij de Heere meer een plaats. Is het vandaag echter zoveel beter? Kerk na kerk wordt gesloten en afgebroken in ons land. Deze zomer was ik in een Noord-Hollandse plaats waar vroeger een bekende en godvrezende predikant heeft gestaan. De kerk was open om te bezichtigen. Ik er in, maar wat schrok ik, in de kerk stonden geen banken meer, geen preekstoel meer, het was een tentoonstellingshal geworden. De kerkruimte stond vol met pleziervaartuigen en surfplanken. Arme stad en arm dorp, waar de waarheid is verdreven door een afgodisch leven. Dat is het meest naar de zin van de duivel: Christelijke jongeren met een heidens leven net als Manasse. Maar je bedroeft er de Heere mee. Hij alleen kan je ook vasthouden Om niet te worden meegezogen met de tijdgeest. Een leven zonder God is een uitzichtloos leven.