Home

Kennismaking

Memoires

Bijbelstudies

Schriftoverdenkingen voor de jeugd

Div. artikelen

Links

Contact

DE MOORMAN
 
We lezen in Handelingen 8 de bekende geschiedenis van de bekering van de Moorman. We lezen in vers 27: En zie, een Moorman. De Heilige Geest laat een ogenblik het licht vallen op deze man. Waarom eigenlijk? Wat is er voor heerlijkheid in deze Moorman te aanschouwen? Op zich is er niets bijzonders te zien. Ook een mens verkocht onder de zonde. En toch staat er hier in de tekst: En zie. De aandacht wordt op hem gevestigd. God gaat Zijn genade verheerlijken in deze man. Daar gaat het hier om, opdat God verheerlijkt zal worden. Deze Moorman komt dan niet centraal te staan, maar Gods werk in hem.
Wie was hij? Hij bekleedde een zeer hoge positie in het leven. Hij was minister van financiŽn van Candacť, de koning van EthiopiŽ. Een rijk en onbezorgd leven waren zijn deel. Hij kon krijgen wat zijn hart begeerde. Wat was zijn afkomst? Hij was een nakomeling van Cham de zoon van Noach. Noach had gesproken: Vervloekt zij Kanašn, een knecht der knechten zij hij zijn broederen. Geboren en getogen in het heidense Morenland. De heerlijke wetten des Heeren zijn hun niet bekend en de profetieŽn niet hun deel. Voor deze man is er geen heil. Hij mist alle kenmerken der verkiezende genade. Hij is een verloren Adamskind. Aan allerhande ellende, ja aan de verdoemenis zelf onderworpen. Zijn weg is verdorven, zijn hart is verdorven. Zijn ziel is nog zwarter dan zijn huid. Hij ligt onder het oordeel Gods.
En zie, een Moorman. Het ontdekkend licht des Heiligen Geestes is nodig om ons eigen beeld in deze zwarte Moorman te zien. Jonge vrienden, ook wij die leven mogen bij de kandelaar van Gods Woord. Wij die opgroeien op het erf der kerk. Wij die van jongs af worden onderwezen in de Schriften. Wat zijn wij beter dan deze Moorman? Helemaal niets. Ook al zijn we gedoopt, daarmee hebben we nog geen streepje voor bij de Heere, ten opzichte van de heidenen. Denk erom dat je de doop niet gaat onderschatten en zegt: Wat maakt het toch uit dat ik gedoopt ben. Denk erom dat je de doop niet gaat overschatten en zegt: ik ben gedoopt dus ben ik een kind van de Heere dus ben ik een gelovige dus hoop ik zalig te worden dusÖVan hoe grote betekenis de doop ook mag zijn: Het verandert niets aan je doodstaat. Door de zondeval in Adam zijn we immers allen terecht gekomen in een totale geestelijke doodstaat.
Beste jongens en meisjes, ik hoop dat je een paar oren aan je hoofd mag krijgen waardoor je met onderscheidenlijke kennis leert luisteren naar de prediking. Bovenal dat het je gegeven mag worden om het in het hart te mogen beleven. Dat laatste is noodzakelijk te kennen op onze reis naar de eeuwigheid.
En zie, een Moorman. Ziet het uur van Gods eeuwig welbehagen brak aan voor deze Moorman. 0, ,wat gelukkig voor hem. Hij was een uitverkoren vat, een beminde des Vaders. Zijn naam stond geschreven in het boek des Levens des Lams. In hem zien we een Oudtestamentische belofte in vervulling gaan. EthiopiŽ heette in het Oude Testament Cush of Morenland. En in Psalm 68: 32 staat: Morenland zal zich haasten zijn handen tot God uit te strekken. Dat gaat hier in vervulling. De Moorman strekt zijn hand uit tot de levende God van IsraŽl. Hij zal in aanraking gekomen zijn met Gods Woord. Wellicht dat Joodse handelaren in EthiopiŽ gesproken hebben over de God van IsraŽl. Een ding wordt ons duidelijk: de Heilige Geest heeft het toegepast in zijn hart. Staande voor de spiegel van Gods wet weet hij zichzelf geen raad meer. Hij ziet voor ogen zijn zwarte ziel. Hij heeft gezondigd en nu moet hij sterven en God ontmoeten. Die man is God kwijt. Hij leefde bij zijn dode afgoden en meende dat die hem gelukkig konden maken. Maar helaas, de afgoden laten hem in de steek. Die kunnen hem niet helpen. Die kunnen zijn zonden niet vergeven. Wat een ellende voor deze man. God kwijt is alles kwijt. Geen vreugde meer. Geen wereld die meer bekoren kan. Mijn arme ziel moet gered worden voor de eeuwigheid komt.
Jonge vrienden, vraag maar veel aan de Heere om bekeerd te mogen worden. Zonder bekering moet je voor eeuwig naar de buitenste duisternis waar wening is en knersing der tanden.
Als die Moorman op reis gaat naar Jeruzalem is dat alleen door de trekkende liefde des Vaders. De Heere zegt Zelf: Niemand kan tot Mij komen tenzij de Vader Die Mij gezonden heeft hem trekke.
Het begin ligt bij de Heere. Waar genade valt valt ze vrij. We zien het hier bij deze Moorman en ook in het leven van al Gods kinderen. De Heere trekt uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht. Weten jullie hiervan, jonge vrienden? De Heere vrijwillig verlaten in het Paradijs om nooit meer terug te keren. Heb je het ingeleefd dat in het Morenland (ons hart) enkel duisternis heerst? Een moordspelonk van de duivel? De Heere schenke jullie je afkomst en ellende recht te leren kennen.