Home

Kennismaking

Memoires

Bijbelstudies

Schriftoverdenkingen voor de jeugd

Div. artikelen

Links

Contact

Simson en het raadsel
 
Beste jongens en meisjes. De dag is aangebroken dat Simson met zijn ouders naar het Filistijnse land gaat om in het huwelijk te treden. Voor zijn ouders zal het wel een moeilijke gang geweest zijn. Hun kind met een ongelovige heiden te zien trouwen. We lezen in Richteren 14 : 10: Als nu zijn vader afgekomen was tot die vrouw, zo maakte Simson een bruiloft, want alzo plachten de jongelingen te doen.
Er werd veel werk besteed aan een bruiloft die wel zeven dagen kon duren. Om Simson heen verzamelen zich een dertigtal metgezellen. Wij noemen dat bruidsjonkers. Zij moeten het feest veraangenamen. De organisatie is in handen van de Filistijnen. Simson moest zich hierbij neerleggen. Hij had niets te vertellen. Het gevolg was een Filistijnse bruiloft. Met zijn ouders staat Simson geheel alleen temidden van deze. Filistijnen. Ze zullen zich er niet thuis hebben gevoeld. Zo gaat het nog menigmaal toe. Christelijke jongeren die hun huwelijksdag ontsieren door het houden van een heidense bruiloft, waar voor de Heere geen plaats is. Velen zijn er die hun huwelijk kerkelijk laten bevestigen, samen geknield liggen voor Gods aangezicht, terwijl 's avonds horen en zien vergaat vanwege de muziek. Laat het zo onder ons niet gevonden worden.
Hoe ging het toe op de bruiloft die Simson gaf? Wel, Simson geeft een raadsel op en voegt er aan toe: indien gij mij dat in de zeven dagen dezer bruiloft wel zult verklaren en uitvinden, zo zal ik ulieden geven dertig fijne lijnwaadklederen. En indien gij het mij niet zult kunnen verklaren, zo zult gijlieden mij geven dertig fijne lijnwaadklederen en dertig wisselklederen. De inzet van Simson heeft een hoge geld waarde. De Filistijnen gaan met zijn voorstel akkoord. En hij zeide tot hen: Spijze ging uit van den eter en zoetigheid ging uit van den sterke. Dit raadsel blijkt voor de Filistijnen een moeilijke opgave te zijn. En dat is het ook. Drie dagen zijn ze met elkaar bezig om er achter te komen, maar tevergeefs. Hun piekeren opgeven doen ze ook weer niet, daar is de prijs te hoog voor die betaald moet worden. Ze gaan naar mogelijkheden zoeken om er op een andere manier achter te komen. Ze wenden zich tot de vrouw van Simson met het verzoek hun te helpen het raadsel te ontrafelen. Ze zetten haar wel onder zware druk door er aan toe te voegen: Zo niet, dan zullen wij uw huis met vuur verbranden. De geestelijke scheiding tussen Simson en zijn vrouw zal nu openbaar komen. Ze kennen alleen een vleselijke binding aan elkaar. Hun beider levensopvatting is zo diep verschillend dat van geen geestelijke verbondenheid sprake kan zijn. Hij, de richter IsraŽls en zij een heiden. Dit moet verkeerd gaan en vast gaan lopen. De vrouw kiest duidelijk de zijde van haar landgenoten door Simson het geheim van zijn raadsel te ontfutselen. Hoe doet zij dat? En zij weende voor hem. Hij laat zich echter niet verleiden en zegt tegen haar, dat zelfs zijn eigen ouders er niet van op de hoogte zijn. Zeven dagen blijft zij hem echter wenend achtervolgen. Nou, daar wordt de sfeer ook niet beter van. En dan lezen we dat Simson het verliest en haar de betekenis bekend maakt. Hij, de sterke, de geweldige, valt voor een wenende vrouw. Hij gaat een geheim van zijn leven vertellen, want ook het geheim van de leeuw staat in verband met zijn richterschap. Daarom ging hij hier fout door de sluier van zijn goddelijk geheim te vertellen. Hij was immers NazireeŽr Gods. Op de zevende dag komen ze tot Simson en verklaren hem het opgegeven raadsel: Wat is zoeter dan honing en wat is sterker dan een leeuw? Zijn vrouw bleek alles verklapt te hebben. En hij zeide tot hen: Zo gij met mijn kalf niet had geploegd, gij zoudt mijn raadsel niet hebben uitgevonden. Simson is verraden. En dat door zijn eigen vrouw. De Heere brengt hier een scheiding teweeg. Hij wilde niet dat Simson zich verzwagerde met de Filistijnen. Hij gaf hem hierdoor gelegenheid om te strijden tegen de aartsvijand van IsraŽl. De Heere Zelf snijdt deze weg af voor hem. Vleselijk geluk en genot breekt de Heere hier af. De roeping ligt voor hem niet in een huwelijk met een Filistijnse, maar om tegen hen te strijden. Daartoe brengt de Heere hem in het hol van de leeuw. Och, daar staat Simson, hij heeft het eigenlijk verloren. Ze lachten hem uit. Maar hun schaterlach zal te vroeg blijken te zijn. Met deze vrouw is hij bedrogen uitgekomen. Een weg tegen zijn eigen vlees en bloed. Gods gedachten waren hoger dan zijn gedachten. Ziet daar ontwaakt de richter in hem en zal hij de strijd gaan aanbinden. Hij is zijn roeping niet vergeten. Diep in zijn hart leeft altijd de afkeer tegen de vijanden van God en Zijn volk.
Wordt dat ook in jullie leven gevonden of kun je diep in je hart Gods volk niet uitstaan? Door genade mocht het worden in je leven: Ik ben een vriend, ik ben een metgezel. Van allen, die Uw naam ootmoedig vrezen, En leven naar Uw Goddelijk bevel.