Home

Kennismaking

Memoires

Bijbelstudies

Schriftoverdenkingen voor de jeugd

Div. artikelen

Links

Contact

Orgaandonatie.
 
In het kader van de Wet op de orgaandonatie krijgen alle volwassenen Nederlanders, vanaf 18 jaar, de vraag voorgelegd krijgen of zij zich willen laten registreren als orgaan- en weefseldonor, gesteld dat zij na hun overlijden daarvoor in aanmerking komen. Tot nu toe werd dit geregeld via het donorcodicil, of de nabestaanden werden met deze vraag geconfronteerd. Door de centrale registratie van donoren zal orgaandonatie meer aandacht krijgen en - dat is althand de bedoeling- vaker mogelijk zijn, zodat de wachtlijsten voor donororganen kunnen worden bekort.
Ik zal hierover geen wetenschappelijk betoog over houden, daar ben ik niet eens bekwaam toe. Toch zullen we hierover een mening moeten vormen en wil hier hardop met u/jullie over nadenken. De vraag is immers of we hier onze medewerking aan mogen geven, of zijn er redenen om het niet te doen.
Het zal ongeveer zo'n 50 jaar geleden zijn dat een nicht van mij een nier af stond aan haar tweelingzuster. Haar invalide zuster kon zodoende, menselijk gesproken verder leven. Ik heb nooit gehoord dat dit vroeger een discussie vraag is geweest of het wel geoorloofd zou zijn om het te doen. Je deed het gewoon uit liefde tot je zuster. Als ik voor de keus zou worden gesteld om een orgaan af te staan aan een van de kinderen, zodat zij verder konden leven, zou ik dat wellicht doen. Waarom niet?
Toch gaat het in de Wet op de orgaandonatie om iets geheel anders. Daar gaat het om de transplantatie van menselijke organen( ogen, nieren, geslachtsorganen enz) in andere mensen. En die sta jij dan niet af in goede en gezonde dagen, maar als je door de medische wereld hersendood bent verklaard. Ik geef een voorbeeld. Iemand krijgt een ongeluk in het verkeer en sterft op de straat. Voor donatie komt hij of zij niet meer in aanmerking. Stel dat iemand in zorgwekkende toestand naar het ziekenhuis wordt gebracht. De doktoren doen al het mogelijke om het verkeersslachtoffer in leven te houden. Zij moeten vaststellen dat iemand, menselijk gesproken niet meer te redden valt. Zij stellen dan wetenschappelijk en zeer nauwkeurig vast dat iemand hersendood is. De Wet schrijft allerlei strenge normen voor waar artsen aan moeten voldoen om iemand hersendood te verklaren. Ik heb geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van artsen.
Dat een hersendode daadwerkelijk is overleden, is een uitspraak die wetenschappelijk niet hard is te maken. Is zo iemand overleden? Vele deskundigen zeggen dit de gezondheidsraad niet na. Vandaar dat ik principiŽle, morele en ethische bezwaren heb tegen deze Wet op orgaandonatie. Men moet nog leven of in leven worden gehouden om voor orgaandonatie gebruikt te kunnen worden. Hier wringt de klemmende schoen voor mij.
In het R.D. van 21 januari 1998 stond een interview met een bekende neuroloog. Aan hem werd de vraag voorgelegd: christenen geloven dat de dood er is op het moment dat ziel en lichaam vaneen scheiden.
Hij gaf het volgende antwoord. Dat is een te respecteren standpunt, waarin ik zelf overigens ook geloof., maar medici kunnen alleen maar uitgaan van wat meetbaar is. Het moment dat de ziel het lichaam verlaat, is medisch niet aantoonbaar. Dat is voor ons verborgen. Wat we wel kunnen vaststellen is de onomkeerbare uitval van de hersenfuncties. Omdat de hersenen de drager vormen van de verstandelijke vermogens, van de menselijke geest, gaan we ervan uit dat met het verloren gaan van de hersenen, ook de persoon er niet meer is en dus is overleden. Wie daar anders over denkt, hoeft zich daarover niet bezwaard of schuldig te voelen. Er blijft respect en ook vrijheid voor een individuele interpretatie.
Wie van mening is dat een hersendode een stervende is die nog een ziel heeft of in zich heeft, en dus twijfels heeft over het dood zijn, kan mijns inzien langs deze weg geen donor zijn van organen. Tot zover de neuroloog.
Het is daarom voor mij als christen niet mogelijk om toestemming te geven voor orgaandonatie. Dit lichaam is helemaal voor mij alleen. Het komt alleen God toe. Hij heeft lichaam en ziel gekocht met de dure prijs van Zijn bloed. Dat is de enige troost in leven en sterven beide.